Sporten met een hartaandoening

Sporten en bewegen is goed voor kinderen met een aangeboren hartaandoening. Maar niet alle sporten zijn geschikt. Hoe kies je een goede sport voor je kind? Voor kinderen tot 18 jaar is het advies: minimaal 5 dagen in de week, 60 minuten per dag matig tot intensief bewegen. Voor kinderen met een aangeboren hartaandoening geldt in principe hetzelfde beweegadvies.

Door te sporten en bewegen:
• verbetert de conditie en voelt het kind zich fitter
• wordt de hartspier sterker en kan het hart per slag meer bloed rondpompen
• krijgt het kind meer zelfvertrouwen en een beter gevoel van eigenwaarde
• verbetert de coördinatie en motoriek
• komt je kind in contact met andere kinderen

Vraag medisch advies

Het is begrijpelijk dat je als ouder bezorgd bent als je kind gaat sporten. Vraag aan de kindercardioloog welke inspanning voor jouw kind verantwoord is. Bespreek welke sporten geschikt zijn. Wie weet mag en kan je kind veel meer dan je dacht.

De kindercardioloog of sportarts kan een inspanningstest doen om te onderzoeken welke vorm van inspanning je kind aankan. Bij de inspanningstest maakt de arts een hartfilmpje terwijl je kind zich inspant. Hij ziet of er zuurstoftekort in de hartspier ontstaat of een onregelmatige hartslag te zien is. Je kind moet dan voorzichtig zijn met inspanning.

Soort inspanning

Elke sport geeft een andere soort belasting van het hart. Bij bijvoorbeeld fietsen en wandelen wordt het hart gelijkmatig belast. Het hart gaat sneller kloppen en pompt het meer bloed door het lichaam. Dit maakt de hartspier sterker.

Maar bij bijvoorbeeld krachtsporten is er sprake van een krachtexplosie, die ervoor zorgt dat de druk in je bloedvaten veel hoger is dan normaal. Het hart gaat niet veel sneller kloppen en je hartspier wordt niet sterker. Krachtsporten, zoals gewichtheffen, zijn daarom vaak minder geschikt voor je kind met een hartaandoening.

De cardioloog kan je vertellen of de sport die je kind wil beoefenen niet te zwaar is voor zijn hart. Bij een lichte hartaandoening mag je kind meerdere soorten sport doen dan bij een ernstigere aandoening.

Voor een aanvullend deskundig sportadvies kun je terecht bij een sportmedische instelling.

Veilig sporten

Grenzen herkennen en aangeven

Leer je kind zijn eigen grenzen te bewaken. En nog belangrijker: je kind moet aan durven aangeven als het niet gaat en hij wil stoppen. Zeker bij teamsporten is dat soms moeilijk, omdat winnen voorop staat. Een recreatieve sport of een competitiesport waarbij de druk om te presteren laag ligt, is dan soms een betere keuze.

Maak een plan voor noodgevallen

Zorg dat de gymleraar of trainer/coach van je kind op de hoogte is van de hartaandoening.

Stel samen vooraf een plan van aanpak voor noodgevallen op:
• Wat kan er mis gaan?
• Wat moet de begeleider dan doen?
• Wie moet hij bellen?

Medicijnen en sporten

Hou bij het kiezen van een veilige sport rekening met de medicijnen die je kind gebruikt:
• Antistollingsmiddelen kunnen bij een botsing of valpartij bloedingen veroorzaken die moeilijk te stoppen zijn. Kies een sport met weinig lichaamscontact.
• Bètablokkers zorgen ervoor dat je kind eerder moe is tijdens het sporten.

Sporten met een pacemaker of ICD

Een kind met een pacemaker of ICD moet contactsporten vermijden. De apparaten en draden mogen niet beschadigen.

Meedoen met de gymles of een sportdag

Het is belangrijk dat je kind zoveel mogelijk meedoet met de gymlessen of een sportdag op school.
Leer je kind zelf aan te geven wat het kan en zorg dat de gymleraar van je kind op de hoogte is van de hartaandoening.

Bespreek:
• Wat kan je kind wel en wat niet?
• Wat zijn de signalen als er iets mis is met het hart en wat moet hij dan doen?
• Hoe kan de gymleraar het beste met je kind omgaan?
Kan een kind niet overal 100% aan meedoen?

Geef de gymleraar tips om hier flexibel mee om te gaan:
• Je kind doet wel aan alle activiteiten mee, maar is bijvoorbeeld scheidsrechter of keeper
• Je kind af en toe aanmoedigen de oefeningen in een iets rustiger tempo te doen
• Je kind af en toe pauze te geven

Veilig zwemmen

Vraag de kindercardioloog of zwemmen een geschikte sport is voor jouw kind. En of er beperkingen zijn. Sommige kinderen mogen bijvoorbeeld niet onder water zwemmen. Voor veel kinderen met een hartaandoening is zwemmen een gezonde manier van bewegen. Bij zwemmen wordt het hart namelijk gelijkmatig (dynamisch) belast.

Zwem onder toezicht

Heeft je kind een ritmestoornis, een ICD of pacemaker of een lage bloeddruk? Dan kan het bewusteloos raken. In dat geval is het advies om alleen onder toezicht te zwemmen.

Zwem in warm water

Heeft je kind het snel koud? Dan is het prettiger in warm water te zwemmen. Kijk bij zwembaden in de buurt of ze speciale uren hebben met warmer zwemwater. Ook in revalidatiecentra kun je in warmer water zwemmen.

Volg speciale zwemles

Misschien kan je kind niet meedoen aan gewone zwemlessen, omdat het bijvoorbeeld niet met zijn hoofd onder water mag. Daardoor voldoet het niet aan de eisen voor een zwemdiploma. Informeer bij een zwembad of revalidatiecentrum in de buurt of ze aangepaste zwemlessen verzorgen.

Bewegen bij Fitkids

Vind je het een te grote stap je kind in te schrijven bij een gewone sportclub? Denk dan aan Fitkids, een fitnessprogramma voor kinderen van 6 tot 18 jaar met een chronische ziekte.
Je kind traint in een groep onder begeleiding van een kinderfysiotherapeut. Elk kind heeft zijn eigen doelen. Het programma duurt een half jaar tot een jaar. Je kind ontdekt dat bewegen leuk is en maakt gemakkelijker de overstap naar een sportclub.

Voor aanmelding van je kind heb je een verwijzing van de kindercardioloog nodig. Een aantal zorgverzekeraars vergoedt het programma.